Colson volgde tussen 2000 en 2010 tien edities van de Tour de France in opdracht van het toenmalige magazine Sportweek. Ze ervaart de terugkeer zowel als’ thuiskomen’ en als een confrontatie met grote wijzigingen in de wielerwereld.
Nog steeds is de Tour volgens haar een uitputtend rondreizend circus met lange werkdagen, korte nachten en vaak sobere werkomstandigheden. De aantrekkingskracht van de koers, de bergen, het lijden van de renners en de unieke sfeer zijn in haar beleving onveranderd.
En ook het wielerjournaille bestaat ook nu nog grotendeels witte mannen van middelbare leeftijd. Onder de circa 250 schrijvende journalisten in het perscentrum telde ze slechts een handvol vrouwen.
De professionalisering van de wielersport heeft ook de werkomstandigheden voor de media geraakt en de toegang tot renners fors beperkt. Waar vroeger spontane gesprekken bij de teambus mogelijk waren, verlopen contacten nu vrijwel uitsluitend via persvoorlichters. De eigen contentmakers van ploegen krijgen vaak als eersten renners te spreken, terwijl traditionele media moeten wachten achter afzettingen.
Haar eindconclusie: de Tour voelt anno 2026 op een merkwaardige en prettige manier als thuiskomen. Veel is veranderd, van media-aanpak tot communicatie, maar de essentie van de Tour, met alle schoonheid, chaos en ongemakken, blijkt verrassend onveranderd.